Little Tales from Ireland: volume 2

Deze vakantie van acht dagen begon heel anders dan de vorige keer. Ik was nog maar net weer vijf dagen aan het werk en ging alweer een week weg.

Terwijl ik als een gek een paar proeflessen afdraaide racete ik linea recta naar mijn vriendin Fatima met een tussenstop weliswaar ergens langs de A28 om mijn jeugdliefde kortstondig te ontmoeten. Vervolgens arriveerde ik wel heel laat bij mijn vriendin.

De volgende ochtend midden in de nacht opgestaan en op naar Schiphol. Daar aangekomen werd ik vervoerd in een rolstoel (dit jaar vraag ik voor het eerst in 4 a 5 jaar weer rolstoelhulp aan omdat ik de laatste keer tijdens mijn terugreis uit Ierland in begin juni weer ouderwets door mijn benen heen zakte en geen stap meer kon lopen).


Weg, huppakee met die trots, als het niet lukt maar weer hulp vragen en het gaat nog sneller ook nu met al die lange rijen. De overprikkeling tijdens reizen en vluchthavens zorgt voor een soort kortsluiting in mijn hoofd, heeft de neuroloog mij destijds uitgelegd, waardoor mijn spieren het wel doen maar ze niet aangestuurd worden dus even buiten werking zijn.


Op Schiphol al deed de boel het niet meer. In Dublin werd het echter erger. Ik zakte ineens met mijn hoofd op mijn eigen tas en was even buiten bewustzijn, net als tijdens mijn ziekte (al zeker vier jaar niet meer gebeurd). De beste man die mij duwde voelde zich totaal onthand en schrok zich dood. Maar Fatima heeft mij ook op mijn allerslechtst gezien dus legde uit dat ik zo weer terug zou komen. En daar was ik weer. De dag van aankomst deden mijn benen helemaal niets meer.


Ik zal je heel eerlijk toegeven dat het deze zomer weer erger geworden is, mijn benen en de verlammingen en verslappingen. Ook de duizelingen waren terug, de tijdelijke verlammingen en rare dove gevoelens in mijn linkerarm en zelfs de heftige rugpijn. Ik vond het een pittige zomer daardoor.

Nu stond mij nog een extra toetje op te wachten. Ik had het eigenlijk al direct kunnen weten toen Kikker (een heel erg mooie, sprookjesachtige soort die ons recht aankeek toen ik hem rustig weer buiten zette) midden in de ruimte van Fatima zat bij aankomst, zelfs rond haar altaar.


Kikker staat voor transmutatie en water en kan dus heel goed betekenen 'huilen met de pet op.' We hebben het geweten. De eerste vier dagen zaten we in een 'dorp' met drie huizen in de Burren, in Totale Stilte. Er was zelfs geen bus in die buurt die ergens naartoe reed. Helaas zijn we 2,5 dag van de vier dagen volledig ingestort en mijn benen werkten niet meer.

Het was ook nog eens volle maan (in vissen).


De dag dat het goed ging, gingen we naar de Cliffs of Moher en daarover lieve mensen, hebben ze niets gelogen. Wat een magische plaats! Ik heb natuurlijk behalve braaf gewandeld (wat altijd lukt in de bergen en de natuur) eindeloos bij gigantische ravijnen en kloven gelegen, heerlijk in verbinding met het land. Ik wilde daar wel voor eeuwig blijven.


Toen we terugliepen, uren en nog eens uren later, lag er een verdwaald wit vlindertje midden op het pad, bijna vertrapt. Ik pakte het op om te zien of het nog leefde. Het lag helemaal scheef alsof er heel veel voeten op die tere vleugels hadden gestaan op zoek naar maar blind voor natuurlijke schoonheid. Ik hield het in een kommetje van mijn hand met mijn andere hand als kommetje eroverheen. En als vanzelf gingen mijn handen helemaal opwarmen. Toen ze weer een normale temperatuur kregen, voelde ik het vlindertje via mijn duim lopen. Ik opende mijn handen en ze vloog weer weg, de wijde wereld in, weg van zoekende voeten. Waar ze niks te zoeken had.


Toen we weer door het land reisden om onze oude vriend Mr Wallish op te zoeken in Templeoque ging mijn hart gewoon weer zingen. Ik houd van deze man, zijn beige inrichting waar de tijd heeft stilgestaan, zijn humor, zijn ogen vol compassie. Ogen die alles hebben gezien maar nog steeds voor zorgvuldigheid en zorgzaamheid kiezen. Een plek waar alles voorspelbaar , rust en structuur uitstraalt. En ondanks mijn (tot mijn soms eigen spijt) grote avontuursdrang vaar ik enorm wel bij veiligheid en structuur van anderen.


We gingen ook weer naar het door ons zo geliefde Glendalough en de Wicklow Mountains. Maar dit keer kregen we nog minder tijd van de chauffeur dan de vorige keer. Tijdens de busrit moest ik zo nodig plassen dat de beste bus per direct moest stoppen. Omdat ik al op leeftijd ben kan ik die dingen niet meer ophouden. Ik ging ter plekke naast de bus zitten en plassen. Op een keurige oprijlaan. Dat wel.


Toen ik de bus weer inkwam zweer ik je dat iedereen in die bus totaal gechoqueerd naar mij keek. Behalve de buschauffeur, als enige een Ier, die het wel hilarisch vond. En me om volstrekt onduidelijke redenen out of the blue zijn paraplu aanbood later. Maar ik heb nooit beweerd iets te begrijpen van mannen en hun gedrag.


Bij Glendalough is ALLES M A G I S C H! De ene oeroude bomenkring na de volgende grot, gigantische keien, oeroude meren, ruïnes, stokoude graven, keltische symbolen. Je rent als je mij bent als een klein kind van magische attractie naar magische attractie. Drinken van de waterval, yes! Op blote voeten door de blubber, yes! Bij bomen zitten en om inzicht vragen en het krijgen natuurlijk (meer dan je lief is), yes! In een grot liggen, bijna te klein voor één persoon, yes! Naar het meer rennen, klauteren, op bruggen klimmen, en over oeroude graven heenrennen op blote voeten, verregend en wel, omdat je te laat bent voor de bus en bang bent dat je moet gaan liften, yes! Al roepend: 'Sorry, ik bedoel het niet oneerbiedig, ik dans op jullie ruïnes.'


Ik zou het zelf absoluut wel leuk vinden als magische meisjes met blote voeten en verwarde haren over mijn graf zouden rennen. Ook als geest of lijk of skelet zou ik dat kunnen waarderen. Dat weet ik dan weer zeker.


Nou ja, hoe het ook zij: ik stond ineens oog in oog met een gigantisch hert! Op twee meter afstand. En in plaats van weg te rennen, scharrelde ze rustig op mij af en keek me diep en intens aan. Daarom was ik dus te laat bij die bus met heel boos kijkende toeristen en een chauffeur met scheve glimlach gericht op mijn wilde vertoning en modderige voeten. Als de ogen van de natuur zelf, wild en wel in je hart kijken, dan blijf je staan. Simple as that.

De pret was nog niet voorbij, want er stonden mij nog twee van zulke herten op te wachten, ook weer naar mij toe lopend en diep in mijn ogen kijkend.


Iedere dag tijdens onze reis hadden we wilde dieren op bezoek, al was het een roodborstje die precies bij ons naar

binnen keek, een muisje aan mijn voeten die in mijn ogen keek en rustig bleef zitten, een eekhoorn, vrolijk jagend naar een wintervoorraad van het een of het ander.


De vorige keer had ik in Glendalough ook zo'n diepe inwijding ervaren in oeroude natuurmagie en wijsheid en nu was het nog intenser. Het voelde bijna alsof ik tegen de klok in rende als een dol geworden hond die bij elke boom en steen moet liggen en verbinden en antwoorden horen. En elke minuut vloog als een uur voorbij. Ik voelde dit land en voel het nog steeds rechtstreeks door mij heen zingen.


Toen we van Mr Wallish onze laatste twee dagen in het door mij zo geliefde Howth doorbrachten bleken we een B&B kamer gehuurd te hebben in een wijk met huizen die miljoenen euro's kostten. Je moet ook af en toe chique doen ten slotte. Er was qua bed and breakfast niet veel van te merken. Het was erg simpel en klein en niet duur.

De dag van aankomst hebben we eindeloos gewandeld en gelegen bij diepe ravijnen en getuurd naar de horizon en de zonsondergang. Er ging nog een roek vlakbij Fatima zitten als een vleesgeworden druïdisch totemdier.


De volgende ochtend, ja, toen gebeurde het! Ik ging al om 11 uur op pad in mijn eentje en was pas om 9 uur in de avond weer terug. Ik ging de bergen weer trotseren en naar het strandje met de steilste berg die ik ooit afgedaald of beklommen heb. Daar aangekomen, helemaal alleen, stond ik direct aan het water oog in oog met een zeehond. Geloof mij of niet, ik heb nog nooit een wilde zeehond gezien van dichtbij.


Op twee meter voor mij zag ik het apartste hoofd wat ik ooit gezien heb met een lange platte neus en super kleine oortjes en de ogen van de diepste oceanen en zielen ter wereld. Ik schrok en vroeg me af of ik een indringer was. 'Mag ik hier wel zijn? Is het oké dat ik hier blijf staan?'

Ik schoot helemaal vol en huilde tranen met tuiten. Die zeehond heeft mij zonder enigszins te overdrijven drie uur lang gezelschap gehouden en diep aangekeken. Ik had vijf minuten al heel bijzonder gevonden. Hij kwam zelfs uit het water op den duur en liet zich even in zijn totale omvang bewonderen. Naast mij. Naast mij!!!


Het is mijn liefste wens geweest als kind dat dieren niet meer van mij wegrennen. Ik heb dat altijd vreemd gevonden als kind, dat wilde dieren wegrennen. Het klopte voor mijn gevoel niet. Ik snap het, dat wel. 'Ik ben geen roofdier.' En vooral: ik wilde altijd dolgraag een wezenlijke ontmoeting met wilde zeehonden


Er kwamen toeristen aan en de zeehond dook weer onder. Een hele groep Duitse jongeren die luidruchtig gingen zwemmen, zich van geen magie bewust blijkbaar. Ergens was ik ook wel jaloers dat ze dat zomaar durfden. Ik ken het gedrag van zeehonden niet en had dolgraag eens met zeehonden gezwommen in mijn blote nakie, maar ik wist niet eens of het wel de bedoeling was dat ik op dat strand zat.


De jongens gingen keitjes werpen en de stenen werden steeds groter. Ondertussen zag ik dat er minstens twee gigantische zeehonden (want ze zijn echt gigantisch in Ierland) vlakbij de kust zwommen en af en toe hun staart of lijf lieten zien of heel karakteristiek met hun neus omhoog rondjes draaiden in het water. Ik liep naar de jongens toe. Ik was nogal verbijsterd en vroeg met tranen in mijn ogen 'Waarom gooien jullie met stenen?' 'Dat is leuk om te doen, dat geeft een leuk effect op het water.' 'Maar zien jullie dan niet dat hier zeehonden rondzwemmen? Je zou ze kunnen raken en pijn doen...'

En ik kan het niet uitleggen maar het feit dat ze heel treurig en schuldbewust 'We are so sorry' tegen mij zeiden maakte mij zo intens verdrietig die dag.


Waren ze stoer geweest, van 'wat kan ons dat schelen' dan had ik mijn antwoord en reactie klaar gehad. Maar het feit dat ze niet doorhadden wat ze deden maar het wel deden, al lachend, raakte me nog dieper. Geen kind wordt nog opgevoed, ging door mij heen. Iedereen doet verdorie maar wat.


En Niets is Heilig meer. En daarom is niets in de natuur veilig meer!!!

Zelfs bij goed bedoelende mensen die niet per se kwaad van wil zijn.


Daarna gingen nog twee jongens zwemmen terwijl het vloed was en hun kleding door de golven opgepakt werden. Ik ging als een gek de zee van hun kleren redden en zij bedankten mij achteraf enorm omdat ik hun kleren had gered. Terwijl toen ik het deed, als ik eerlijk ben, ik alleen maar bezig was de zee te redden van al die plastic jassen en rare kledingstukken. De ene jongen ging in boxershort verder die dag. Alsof de zee zelf het opnam voor de zeehonden, zoals het hoort. En ik zei nogal belerend: 'Maar het is vloed, dan leg je toch daar je kleding niet neer?' 'We dachten dat het wel kon.'


Ze keken me allemaal aan alsof ik een of andere zee- en zeehondenkenner was als een soort ecologische Ier, terwijl ook ik daar als gast verbleef. Maar waarom vraag ik me af, moeten mensen die zo onbewust zijn en overal cola blikjes dumpen gaan genieten van de natuur. Ik snap het niet. Dump al je zooi in de stad waar het al een zooitje is, maar laat de natuur mooier achter dan je haar aantreft. Alsjeblieft.


Toen ik na ongeveer de grootste klim van mijn leven bovenaan stond moest ik weer huilen en trillen van ontroering. Zoals veel kinderen en mensen dromen van zwemmen met walvissen zo droomde ik altijd van een ontmoeting met wilde zeehonden. 'Zeehondenhuid, zielenhuid' in het boek De Ontembare Vrouw is mijn lievelingsverhaal. Zorg dat je op huis aangaat en terugkeert naar thuis.


Toen alle toeristen weer wegwaren, en ik dus nog daar op het strand, kwam er een tweede zeehond bij en gingen ze voor mijn ogen nadat ze mij eindeloos hadden aangekeken en dan weer in de zee doken alsof ze me vroegen mee te komen, de liefde bedrijven. Eerst super speels en blij. Ik stond te klappen en te lachen van vreugde. Toen ging het er zo wild aan toe dat ik het idee had dat ik in een 'boeket reeks roman' voor dieren was beland. Ik vroeg me zelfs of ze waren gaan vechten en of ik moest gaan helpen. Maar hoe dan precies?


De hele dag bleef ik in de ban van deze ontmoeting. Vandaag zijn we langs de kust naar de trein gelopen en verlieten we de plek waar ik zo dolgraag mijn volgende roman wil schrijven, of een deel ervan. Ik schrijf dit nu op de computer in Nederland met de kat King George bijna op mijn toetsenbord.


Onthoud dit: ik weet dat sommige mensen mij naïef en kinderlijk vinden of te goedgelovig of te veel bezig met magie en simpele gebaren en ontmoetingen. Maar het is onze redding.

Want als niets meer heilig is zal echt niets meer veilig zijn!


Onthoud dat. En zorg dus dat alles weer heilig is en daarom veilig is!


Column

Recente berichten