Een mystiek sprookje voor mystieke vrouwen: van vrauwelijkheid naar vrouwelijkheid.



Op deze foto was ik nog maar 17 jaar oud en ik kende mijn eigen schoonheid niet. Net als vele andere vrouwen. Ik wist zelfs zeker dat ik, als in een boze vloek die ooit over mijn wieg door een of andere onuitgenodigde fee was uitgesproken, nooit zou bemind worden door de jongen of man van mijn keuze. De heilige overtuiging dat ze me niet zagen. Dat ze een piraat of koningin in me zagen, de zon of een clown. Maar niet mij.


Ik trok in die tijd op met de twee mooiste meisjes van het land zou je kunnen zeggen, waarvan er eentje BN’er geworden is. Ik was de lompere, luidruchtigere, hart op mijn tong, schaterlachen tot je kaken pijn doen versie. Tenminste dat dacht ik. Ik was daarnaast zo verlegen als een kleine mus, verdwaald in een groot bos. Verlegen, vrij en in verbinding konden niet samen. Dat ‘wist’ ik toen al.


Het is niet zo dat ik hele dagen om mijn schoonheid zat te treuren, dat werd bij ons thuis wel afgeleerd.

‘Er zijn belangrijkere zaken in de wereld dan jouw uiterlijk!’

En dat was ik geheel met ze eens. Ik heb ook nooit meegedaan aan mijn eigen lichaam afkeuren, dat vond ik stom. Meisjesachtig, onnodig, self centered. De wereld heeft ons nodig. Ik heb altijd geweten wie ik was en wat ik in de wereld kwam doen. Van jongs af aan: een zegen en een vloek.


En toch was daar altijd de onbeantwoorde liefde. En nu kijk ik naar haar, hoe ze lacht en kijkt en verlegen is met al haar schoonheid en kan ik niet geloven dat ik zelf en vele anderen met mij alleen een stoere piraat of clown zagen. Super grappig en zelfs mooi maar niet om te beminnen. Nu heb ik het diepe inzicht dat er daarom zoveel vrouwen met pijnlijke vrouwelijkheid rondlopen: vrauwelijkheid.


Het gaat er niet echt om dat ze denken dat ze niet mooi genoeg zijn, al lijkt dat zo. Al zeggen ze het zo. Al praten ze in de woorden van de wereld en in de taal van de maatschappij. Het probleem ligt dieper. Veel vrouwen voelen zich onbemind. En in het bemind voelen schuilt de liefde. En in de liefde huist de magie. De magie zorgt voor een gevoel van schoonheid die je uitdraagt in alles wat je bent, doet, hoe je eruit ziet, kijkt, lacht en leeft.


Een vrouw die het gevoel heeft dat er niet van haar gehouden kan worden draagt een diepe wond in zich mee. Ze kent haar eigen beminnelijkheid niet. En dat is veel desastreuzer dan je eigen schoonheid niet zien. Schoonheid is niet iets wat je zelf ziet. Het is iets wat je leeft en uitdraagt. Geen enkele prachtige wilg kijkt steeds naar haar eigen spiegelbeeld en geen enkele zwaan zucht van bewondering bij haar eigen vleugelslag. We hoeven onze schoonheid niet te benadrukken, niet eruit te persen, niet in onmogelijk knellende schoenen, jurken en haar- en huidaantastende producten te persen. We hoeven geen schoonheid in onszelf te zien.


We dragen haar van nature uit als we ons bemind voelen, als we weten dat we beminnelijk zijn. Dan gaat het vanzelf. En dan hoeven we ook niet meer krampachtig jong te blijven vanbuiten. We gaan vol gratie onze vr-ouwelijkheid uitdragen maar toch met het hart van een jong meisje. Het jonge meisje in ons dat niet langer verwond ronddoolt met het idiote idee dat haar liefde nooit wederzijds zal zijn maar altijd eenzijdig. Dat er niet werkelijk van haar gehouden kan worden. Dat er iets mis is met haar. Met haar alleen. En dat ze daarom ook niet eens hoeft te proberen haar hart te delen, haar hart te geven, haar hart uit te spreken. En toch doet ze het. Overal ter wereld.


Overal ter wereld is het het jonge meisje met het open en vrije, zuivere hart dat samen met haar hart elke keer opnieuw van de rotsen springt en het aanbiedt, aan de wereld, aan het leven aan de liefde zelf. Besef je wel hoe een heldin je bent? En hoeveel gebroken harten en beloften haar geest, ziel en zaligheid ook oplopen, het is haar redding. Het is de reden dat vrouwen vaker huilen, minder verbitterd of verhard zijn en opener blijven, hun ziel en hun groei dienen.


Haar hart geven en haar vuur leven is haar verlossing, niet haar ondergang. Een hart dat voluit en volledig geschonken wordt aan iemand, aan iets, aan het leven of processen zelf zal verlossing met zich meebrengen, ontwikkeling, groei, de verlossing van de ziel in dit leven.

De verbittering, het ego, de verharding hebben geen of minder kans. Vrouwen willen gracieus ouder worden met een gekke glimlach op hun gezicht, maar hun hart wil jong blijven en dansen in het romantische maanlicht. Hun hart wil voor eeuwig van die rotsen springen omdat ze hun ziel willen verlossen in dit leven.


Dat lijkt haar ondergang maar het is haar vooruitgang, haar verlossing.


Dus als we van vrauwelijkheid naar vrouwelijkheid willen gaan, wees dan bereid aan de buitenkant te rijpen, volwassen te worden, ouder zelfs, maar blijf in je hart dat jonge meisje dat volledig haar hart schonk aan de ander, aan het leven en aan de liefde. Of het nu werd aangenomen of niet. Het bevrijdt haar. En voel dan hoe je de onbereikbare liefde aan je laars lapt. Hoe je vooruit gaat met je hart in je handen en je vuur in je lendenen en hoe je recht op je man of vrouw afgaat. Het is namelijk van oudsher de vrouw die haar man kiest en niet andersom. Omdat een vrouw kiest vanuit haar hart.


En biedt hem dan niet een lang koord van gebroken harten en gebroken beloftes aan die hij moet helen. Dat is te veel en dat voelt als een loodzware verantwoordelijkheid. En bovendien: dat is niet zijn taak. Het is de jouwe. Wees bereid je hart in plaats van je lijf te verjongen en weet dat als je je liefde geeft en je vuur leeft, je altijd verlossing zult vinden.


Voor Altijd.


Dus wat ik wil zeggen tegen het meisje dat mij en jullie in dit artikel in de ogen staart maar ook tegen het meisje dat jou via je spiegelbeeld in de ogen staart en de diepte van je hart kent: ken en voel je eigen beminnelijkheid!


Schoonheid komt daar als van nature uit voort. Schoonheid is een kwaliteit van de ziel die enkel belichaamt wil worden door de liefde zelf.


Dus leef je vuur maar geef je hart; aan jezelf, aan je leven, aan je missie, aan je processen, aan je diepte, aan je liefde en aan je geliefde. De schoonheid zal dansen als de liefde weer vrijuit durft te sjansen.


Het meisje dat hier staat, dat ik was, had jarenlang zangles gehad, had jarenlang in zangkoren gezongen en stond nu voor het eerst in haar eentje op het podium. Ze vergat al haar tekst en improviseerde ook niet. Ze was verstijfd van angst. Haar vader kwam die avond kijken en zij was ervan overtuigd dat ze hem moest bewijzen hoe goed en beminnelijk ze was. Maar omdat haar verhalen altijd haar hart verborgen, en ze in hart en lijf en leden een verhalenverteller was, verstomde ze die avond.


Ze wist zeker dat hij enkel van haar verhalen hield en niet van haar. Niet zomaar als ze stond te blozen en te zwijgen. Maar hij hield wel van haar al toonde hij dat soms zo allemachtig onhandig. Die avond huilde ik zonder te kunnen stoppen en wist ik zeker dat ik voor altijd in zijn ogen had afgedaan.

Hij omarmde mij en zei met lieve woorden: ‘Weet je dan niet hoe mooi je bent? Een vrouw, een meisje om van te houden…’

Maar ik begreep hem niet. Had hij geen bewijs, geen woorden, geen acties nodig van mijn kant?


En ik houd nu van haar. Ik houd haar stilletjes in mijn armen en vergeef haar om de absolute overtuiging dat haar liefde nooit wederzijds kon zijn behalve bij anderen in verhalen. Ik vertel haar verhalen en leg mijn hart weer op mijn handen en op mijn tong. Daar waar mijn hart altijd gehoord heeft. Omdat ze de wereld wil bekoren en haar ziel wil verlossen.


De schoonheid, het gevoel mooi te zijn; ja, dat volgt dan vanzelf wel. Het is een effect dat je niet in de hand hebt. Zoals de Arabieren zeggen: ‘Schoonheid is stilte in sacrale ruimte’.

Je kunt haar bezoeken maar je kunt haar niet afdwingen. Ze volgt als de gratie van de ziel wanneer het jonge hart in de vrouw weer vleugels krijgt en durft uit te vliegen. Dan is haar hart geheeld en weet ze dat ze beminnelijk is. In al haar eindeloos mystieke en mythische vormen.


Verlegen, vrij én in verbinding. Jong van hart en oud van lichaam of geest. Ja, dat kan allemaal samen. Samen bestaan.

Amen.

Column

Recente berichten